HOC EST VIVERE BIS VITA POSSE PRIORI FRUI

Veel studenten hebben de ambitie om tijdens zijn of haar studie naar het buitenland te gaan. Plannen zijn leuk, maar in de meeste gevallen worden deze helaas niet gerealiseerd. Als je je plannen wel wilt realiseren, waar moet je dan beginnen? Je kunt het beste beginnen met brainstormen en oriënteren. Bij deze oriëntatie kun je jezelf bijvoorbeeld de volgende vragen stellen:

  • Wanneer wil ik gaan?
  • Waar wil ik heen?
  • Wat wil ik doen?

1.1 Wanneer wil ik gaan?
Je kunt op verschillende momenten naar het buitenland gaan. Als je wilt reizen, maakt het in principe niet zoveel uit wanneer je gaat, mits je je planning erop aanpast. Als je een studiegerelateerde stage wilt lopen (bijvoorbeeld bij een ambassade), kun je dit het beste doen tussen je bachelor en je master of na je master. Wil je bijvoorbeeld een ontwikkelingsstage bij Aeisec lopen, dan kan dat vaak na je bachelor of in de zomervakantie (als het een korte stage is). We richten ons hier echter meer op het studeren in het buitenland. Het derde studiejaar is het meest geschikt om naar het buitenland te gaan, omdat in dit jaar veel ruimte voor eigen keuze open is gelaten. Om erachter te komen welke vakken je in het buitenland kunt vervangen, kun je langsgaan bij de Infotheek voor Studie en Beroep (zie het kopje 'informatie verzamelen') of bij de studieadviseur. Door vervangende vakken uit te kiezen, beperk je een eventuele studievertraging zoveel mogelijk. Niet alle vakken kunnen in het buitenland worden vervangen, deze vakken kunnen vaak worden herkanst in de zomervakantie. Verder moet je ook beslissen hoe lang je wilt gaan, één of twee semesters.

1.2 Waar wil ik heen?
Door het nieuwe ECTS-systeem is het mogelijk geworden punten in het buitenland te halen die gewoon meetellen voor je studie. De Rijksuniversiteit Groningen heeft contracten gesloten met verschillende universiteiten binnen en buiten Europa. In het jaar 2007/2008 kun je met geschiedenis via de RuG naar de volgende landen in Europa: België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden en Zwitserland. Voor landen binnen Europa is er het zogenaamde Socrates/Erasmus programma, dat studiebeurzen beschikbaar stelt. Buiten Europa zijn er universiteitsbrede contracten met Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Japan en China. Voor landen buiten Europa maakt het zogenaamde Marco Polo Fonds van de RuG een uitwisseling mogelijk, de deadline voor deze aanmelding ligt op een ander moment. Voor de landen binnen Europa is mevrouw E.M. Feringa de contactpersoon voor geschiedenis, voor de landen buiten Europa zijn er weer andere contactpersonen. Je kunt ook zelf een plek aan een buitenlandse universiteit regelen, hiervoor kun je het beste eerst naar het International Office gaan. Tot slot komt het zo nu en dan voor dat bij andere opleidingen plekken open blijven, die kunnen uiteindelijk ook worden toegekend aan geschiedenisstudenten.

1.3 Wat wil ik doen?
In het buitenland kun je verschillende dingen doen. Je zou een half jaartje of een jaar vrij kunnen nemen om rond te gaan reizen, iets wat veel jongeren na hun examens op de middelbare school doen. Je zou ook op stage kunnen gaan, een stage die je zelf regelt of bijvoorbeeld via een organisatie zoals Aiesec. Het meest voorkomend is echter dat studenten één of twee semesters gaan studeren in het buitenland. De Rijksuniversiteit Groningen heeft contracten met verschillende universiteiten binnen en buiten Europa, maar ook kun je zelf iets regelen. Om uit te vinden wat je precies wilt, is de website van Wil Weg handig. Deze website is gespecialiseerd in studie en stage in het buitenland en kan zowel voor de oriëntatie als voor latere fases zeer nuttig zijn. Het International Office van de Faculteit Letteren heeft vaak ook een beperkte hoeveelheid boekjes van deze website, waarin alle informatie nog eens duidelijk te vinden is.