Historici op de arbeidsmarkt

Carrière en geschiedenis

Op deze pagina zullen eens in de zoveel tijd verhalen geplaatst worden van oud-geschiedenisstudenten die vertellen over hun carrière en de weg daar naar toe. Deze verhalen kunnen jullie een beter beeld geven van welke carrièremogelijkheden er zijn en misschien zelfs inspireren voor het pad dat je zelf wilt gaan volgen.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Jens van der Weele

Afgestudeerd in Geschiedenis met een researchmaster in politiek debat

Beroep: Medewerker communicatieadviesbureau

Na drie jaar geschiedenis in Groningen, een halfjaar Duits in Leipzig, en een tweejarige research master  ‘politiek debat’ in Leiden, belandde hij bij een communicatieadviesbureau in Den Haag. Met veel plezier werkt Jens van der Weele nu twee jaar bij EMMA Communicatie, waar hij redactie en onderzoek combineert met communicatieadvies. Tot zover de kronieken. Wat houdt zijn dagelijkse werk eigenlijk in? En heeft hij wat aan zijn studie gehad?  Jens interviewt Jens.

Jens, waarom interview jij jezelf voor dit artikel
‘Om ook in vorm te laten zien waar mijn werk vaak om gaat. Als communicatieadviseur denk ik veel na over hoe je je doelgroep (online) het beste kunt bereiken. Hoe je een tekst zo opstelt dat mensen ‘zin krijgen’ hem te gaan lezen. Hoe je je tweet zo schrijft dat mensen ‘doorklikken’. Of hoe je een onderzoeksrapport zo schrijft dat het de ontvanger overtuigt. Dat betekent vaak: opvallen, de aandacht trekken, net iets anders doen dan de rest.’

Heb je in je werk nog wat aan je studie geschiedenis?
‘Jazeker. Een groot deel van mijn werk bestaat uit schrijven. Interviews, artikelen, blogs, columns, adviezen, tweets, e-mails, presentaties, speeches, rapportages, noem maar op. Als er iets is dat je tijdens de bachelor geschiedenis leert, dan is het schrijven. Dat is immers veel meer dan woorden achter elkaar plakken: het gaat erom van tevoren na te denken over de vorm van je stuk, de structuur van je verhaal, de argumenten en frames die je gebruikt. Ik merk nu pas hoe goed alfa’s daar eigenlijk in zijn.’

Je bent vooral met maatschappelijke onderwerpen uit het heden bezig. Mis je het vak geschiedenis nooit?
‘Eerlijk gezegd niet! Ik ben in 2006 geschiedenis gaan studeren omdat ik de ‘wereld beter wilde begrijpen’. Nou ja, dat vertelde ik altijd aan iedereen die het vroeg. Als achttienjarige student wilde ik vooral een beetje inzicht krijgen in het ontstaan van de liberaal-democratische maatschappij van nu. Dat antwoord had ik na zes jaar studie wel zo’n beetje gevonden, vooral in 19e eeuwse parlementaire debatten, die ik tijdens mijn onderzoeksmaster uitploos. Erg gaaf om te doen, maar na mijn afstuderen had ik zin in iets nieuws.’

Wat ben je na je afstuderen gaan doen?
‘Tijdens mijn hele studie was ik – zoals zoveel geschiedenisstudenten – maar weinig bezig met het leven daarna. Mijn master ging eerder de diepte dan de breedte in, waardoor ik lang heb gedacht dat ik moest gaan promoveren. Maar na mijn afstuderen zag ik mezelf niet nog eens vier jaar in het archief of de bieb zitten. Bovendien lagen de PhD-plekken niet voor het oprapen. Ik besloot verder te kijken en heb op vacatures gesolliciteerd in allerlei richtingen: de journalistiek, politiek, universiteit, overheden, musea, consultancy.  Bijna was ik als leraar voor de klas beland.’

Hoe kwam je uiteindelijk in de communicatie terecht?
‘Pas toen ik er zelf achter kwam wat ik nou eigenlijk echt wilde, schoot het op met solliciteren. Mijn bijbaantje bij een educatieve uitgeverij hielp daarbij enorm. Na mijn afstuderen kon ik daar fulltime blijven werken, zodat ik wat ervaring opdeed met redactiewerk op een communicatieafdeling. Dat werk paste goed bij mij; die kant wilde ik wel op. Al snel besloot ik mijn cv en LinkedIn-profiel daarop aan te passen: niet langer schieten met hagel maar met precisie.’

En die baan bij dat communicatiebureau?
‘Die heb ik vooral te danken aan mijn netwerk (waarvan ik toen niet wist dat ik er één had). Via Google zocht ik naar communicatiebureaus met een maatschappelijk profiel, tot ik op de teampagina van EMMA een oud-studiegenote herkende, waar ik tijdens de pauze van colleges wel eens een praatje mee had gemaakt. Ik besloot haar te mailen en te vragen hoe haar werk haar beviel. Het bureau bleek toevallig een vacature te hebben; haar baas bekeek mijn (net bijgewerkte) LinkedIn-profiel en ik werd uitgenodigd voor een kopje koffie. Naast een proactieve houding heb je dus ook wat geluk nodig!’

Heb je tot slot nog een tip voor de geschiedenisstudenten onder ons?
‘Ik raad iedere student aan zich tijdens zijn studie breed te oriënteren, bijvoorbeeld met bijbaantjes, commissies, besturen, hobby’s, bijvakken of minoren. Het is zo gemakkelijk om te zeggen dat je na je studie iets met het vak geschiedenis ‘wil blijven doen’, maar zo lastig om te realiseren. Natuurlijk kan het wel, met de juiste motivatie en een beetje geluk, maar veel van mijn jaargenoten zijn inmiddels met hele andere dingen bezig (beleid, communicatie, management, noem maar op) en hebben daar veel plezier in. De wereld is groter dan je denkt!'

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Meagan van de Mortel

Afgestudeerd in Geschiedenis met een educatieve master

Beroep: docent middelbare school

In 2007 ben ik naar Groningen gekomen om geschiedenis te gaan studeren. Mijn middelbare school had ik in Duitsland afgerond en mijn oorspronkelijke plan was in Duitsland te blijven en antropologie te studeren. Hiervoor werd ik afgewezen en ik moest toen snel een nieuw plan bedenken. Geschiedenis vond ik op de middelbare school altijd al een mooi vak en het leek me een heel verdiepende en leerzame studie. Op dat moment had ik nog geen idee wat ik daar dan uiteindelijk mee zou willen doen, maar ik verwachtte daar tijdens mijn studie achter te komen. “Ik kan altijd nog docent worden” zei ik destijds wel eens tegen mezelf. Naast de verplichte vakken vond ik het leuk om colleges te kiezen met totaal uiteenlopende thema’s waarbij vooral culturen mij erg aanspraken. Zo koos ik voor een minor arctische studies en volgde ik colleges over Mexico, Afrika en Japan. Ik wilde vooral zoveel mogelijk over verschillende onderwerpen leren omdat ik het belangrijk vond me als persoon te ontwikkelen tot iemand die verder kijkt dan haar eigen westerse wereld. 

Na mijn bachelor vond ik het moeilijk een master te kiezen. Ik wilde graag in Groningen blijven omdat ik er mijn leven had opgebouwd en ik erg actief was binnen de studievereniging. Omdat ik mezelf altijd als docent zag (ik heb na mijn middelbare school ooit nog een open dag van de PABO bezocht), besloot ik de educatieve master te gaan doen. De eerste stage was erg spannend maar al gauw genoeg vond ik mijn draai voor de klas en begon ik het elke dag leuker te vinden. Inmiddels had ik wel in de gaten dat de banen in het onderwijs niet voor het oprapen liggen en het voor geschiedenisdocenten bijna onmogelijk was werk te vinden. Na het afronden van mijn masteropleiding in februari 2013 schreef ik tachtig sollicitaties waarbij ik op alles reageerde wat er langskwam (ongeacht locatie, duur en grootte van de baan). Veel banen werden uiteindelijk intern opgelost of ingevuld door iemand met meer ervaring. Het waren erg demotiverende maanden waarbij ik sterk twijfelde of ik de goeie beslissing had gemaakt met het kiezen van de educatieve master. De hoop op een baan in het onderwijs per schooljaar 2013-2014 had ik opgegeven en inmiddels was ik op zoek naar wat voor baan dan ook. Dankzij een wanhopig oproepje middels een statusupdate op Facebook (inclusief de voor historici bekende foto van de man met spandoek “wie helpt mij aan werk, onverschillig wat”) werd ik door een kennis (die ik nota bene had leren kennen tijdens een ISHA-bijeenkomst van Ubbo Emmius) getipt. Zijn vader werkte op een school in Limburg waar ze naarstig op zoek waren naar een nieuwe geschiedenisdocent. In het zuiden was het inmiddels zomervakantie en ze zaten er dus met het handen in het haar om op tijd een nieuwe collega te vinden. Op vrijdag werd ik getipt en schreef ik mijn brief, maandag werd ik uitgenodigd langs te komen, dinsdag om 12.00u had ik mijn sollicitatiegesprek en twee uur later had ik een baan. Zo snel kan het dus gaan.

Inmiddels werk ik anderhalf jaar op St. Ursula in Heythuysen en geef ik naast geschiedenis ook aardrijkskunde, maatschappijleer, mens- en maatschappijonderwijs en Duits. Ik ben mentor van een tweedeklas en deelnemer van een iPad-project. Binnen onze driemans-vakgroep organiseren we veel interessante projecten. Zo hebben we afgelopen november uitgebreid stilgestaan bij de val van de muur door tunnelbouwers en vluchthelpers voor de klas uit te nodigen. Ook hebben we Tweede Wereldoorlogveteranen van allerlei nationaliteiten op onze school gehad die door onze eigen leerlingen werden geïnterviewd. Ik werk op een VMBO-school en daar werd ik tijdens mijn opleiding als eerstegrader natuurlijk niet specifiek op voorbereid. Ik merk nog steeds dat ik soms niet helemaal zeker weet of ik iets goed aanpak maar als beginner mag dat en is dat ook heel normaal. Het feit dat ik mij tijdens mijn studie heel breed heb georiënteerd, levert mij veel voordelen op. Als geschiedenisdocent moet je natuurlijk veel thema’s behandelen en is het dus erg prettig als je veel weet over verschillende onderwerpen. Tijdens de studie geschiedenis lees je erg veel en maak je tentamens over grote lappen tekst. Je leert dus snel veel tekst te verwerken en ook snel te schakelen tussen onderwerpen. Dit komt tijdens je werk als docent erg goed van pas. Ik geef les in vijf vakken over vier verschillende leerjaren: ik móet dus snel kunnen schakelen en verwerken. 

Mijn tip voor aanstormende historici en docenten in spe: onderschat de kracht van netwerken niet! Ik had nooit durven denken dat ik mijn baan via Facebook zou vinden! Zorg ervoor dat je te vinden bent voor werkgevers op LinkedIn, maak een account aan op Twitter, gebruik je Facebookvrienden als je iets nodig hebt, bezoek carrière-evenementen en ga vooral veel dingen doen naast je studie. Zorg ervoor dat je je onderscheidt van de rest! Succes!

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Abele Kaminga

Afgestudeerd in Geschiedenis en Research Master Modern and Contemporary History (Politieke cultuur)

Baan: Bestuursadviseur Hanzehogeschool Groningen (voorheen: Beleidsmedewerker Tweede Kamerfractie D66 en Gemeenteraadsfractie D66 Groningen, Freelancer)

 Zo’n tien jaar geleden begon ik aan de studie geschiedenis. Het plan was om na drie jaar de master journalistiek te gaan doen. Uiteindelijk rondde ik in 2010 na stages in Albanië en Zweden de onderzoeksmaster Modern History and International Relations en een bachelor Wijsbegeerte van een Wetenschapsgebied af. In het voorjaar was ik al begonnen met solliciteren, zonder veel succes. En nu ik terugkijk is dat ook geen wonder, het was een schot hagel wat ik afvuurde: uitgevers, promotieplaatsen, internationale denktanks, (rijks)traineeships, musea, ngo’s en tijdschriften. Als ik er ook maar enige affiniteit mee had, probeerde ik het. Dit resulteerde meestal in halfslachtige pogingen en weinig overtuigende brieven. Uitnodigingen voor gesprekken bleven uit.

Totdat het kabinet-Balkenende IV viel en er Tweede Kamerverkiezingen plaatsvonden. Politiek en politieke cultuur hadden altijd al mijn interesse gehad en ik realiseerde me dat er nu een kans kwam om te werken in het hart van onze democratie. Ik was lid van D66 en de partij groeide van drie naar tien zetels. Dat betekende dat ze nieuwe medewerkers nodig hadden. Het lukte me om mijn intrinsieke motivatie overtuigend op papier te krijgen. Ik mocht twee keer op gesprek komen en tot mijn grote vreugde kreeg ik een baan als beleidsmedewerker. Als ik het zo opschrijf, klinkt het eenvoudig, maar ik besef me dat ik het geluk had dat alles samenviel: er kwam een kans op het juiste moment, ik was intrinsiek gemotiveerd om aan de slag te gaan en ik paste in het profiel en in het team.

Drie jaar lang werkte ik met veel plezier voor de fractie. Ik bereidde debatten voor, schreef toespraken, werkte aan wetsvoorstellen en hielp mee deze te verdedigen in de Tweede en de Eerste Kamer, sprak talloze mensen, organisaties, bedrijven en voerde meermaals campagne. Een bijzondere en boeiende periode.

Na drie jaar wilde ik om persoonlijke redenen graag terug naar Groningen. Er was hier weinig werk, dus ik besloot min of meer op de bonnefooi terug te keren. Wederom had ik geluk: ik kon voor een halve week aan de slag bij D66 Groningen en mocht de campagne leiden voor de Gemeenteraadsverkiezingen van 2014. Aangezien alleen het eerste deel betaald was, begon ik ook als freelance tekstschrijver. Via mijn netwerk haalde ik mijn eerste opdrachten binnen. Via deze opdrachten kwam ik in aanraking met de Hanzehogeschool Groningen. Daar kwam vlak voor de zomer een vacature die goed bij mijn profiel paste. Sinds 1 september 2014 werk ik als bestuursadviseur bij de hogeschool. Hierbij adviseer ik het college van bestuur over politiek-bestuurlijke ontwikkelingen in het algemeen en het hoger onderwijs in het bijzonder. Ook schrijf ik bijvoorbeeld toespraken en strategische notities.

Maar hoe kom je daar nu terecht? Wat kun je nou eigenlijk als historicus dat je onderscheidt van anderen? En hoe kun je laten zien dat je ook als persoon wat betekent en toevoegt?

Velen van jullie zullen ook wel geconfronteerd zijn met de opmerking: “Oh, geschiedenis? Wil je leraar worden?” Geen probleem, als je inderdaad leraar wilt worden. Als je echter andere plannen hebt, is het soms lastig uit te leggen wat een historicus kan. Historici hebben drie kwaliteiten die vrijwel elke werkgever kan waarderen: ze kunnen schrijven; ze kunnen uit een grote brei aan gegevens de kern halen en dit goed presenteren; en ze zien het verband tussen ontwikkelingen en kunnen deze plaatsen in een groter geheel. 

Die vaardigheden zijn op zich echter niet doorslaggevend. Je moet ook laten zien dat je als persoon wat in te brengen hebt. Je moet je zelf daarom buiten je opleiding ontwikkelen. Volg vakken van verschillende disciplines. Loop stage, het liefst in het buitenland. Werken is wat anders dan studeren en het is erg waardevol als je laat zien dat je je ook professioneel hebt ontwikkeld. Doe een bestuur of een commissie – je leert er samenwerken en vergaderen, met name dat laatste is een kunst op zich!

Vergeet ook niet dat je het niet alleen hoeft te doen. Respecteer je docenten. Ze kunnen je veel leren en als je goed werk levert, zijn ze vaak niet te beroerd om je aan te bevelen. Daarnaast zijn de meesten bijzonder interessante mensen. Houd ook je andere contacten warm, meer dan de helft van de banen wordt via via vergeven. Je hoeft echt niet elke week te bellen, maar wees wel oprecht geïnteresseerd en houd in je achterhoofd: to be interesting, be interested. 

Woody Allen zei ooit al: 80% of succes is showing up. Werk hard en laat zien dat je op de inhoud goed uit de voeten kan. Door ook de minder leuke klussen te doen, toon je aan dat je loyaal bent en de handen uit de mouwen wilt steken. Dat is belangrijker dan je misschien wel denkt en je krijgt er vaak meer voor terug. Wees bereid te leren en laat zien dat je feedback serieus neemt. Realiseer je dat je wanneer je op een plek zit, of dat nu als stagiair of werknemer is, je er nog niet bent. Dan begint het pas.

Het helpt als je weet wat je wilt, omdat je gerichter ergens naar toe kan werken. Maar maak je geen zorgen als je dat niet weet. Sommige van de meest interessante mensen die ik heb ontmoet, weten ook nog steeds niet wat ze willen, zelfs als ze al lange tijd aan het werk zijn. Bovendien is iets willen geen garantie dat je het ook krijgt. Je wordt een keer teleurgesteld. Leer ervan en ga dan door. Staar je niet blind op die ene perfecte baan of carrière. Zoek wel een organisatie die bij je past, niet op basis van status of salaris, maar juist als het gaat om dieperliggende waarden. Als je intrinsiek gemotiveerd bent, heeft je werkgever het meest aan je en haal je vooral ook het meeste uit jezelf.
En tot slot: ontspan. Niemand denkt aan het einde van zijn leven: “Had ik maar meer gewerkt.” Zoek je familie en/of vrienden op. Zij kunnen met je meedenken en kennen je vaak beter dan je denkt of wilt geloven. Zij zijn bovendien je beste ambassadeurs. En: zij zijn er ook als er geen werk is.

LinkedIN: nl.linkedin.com/in/akamminga/

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Dr. M. Zwiers

Afgestudeerd in Geschiedenis en American History en master in Southern Studies

Baan: docent eigentijdse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen

Op de middelbare school heb ik serieus overwogen om ambulancechauffeur te worden. Nu ben ik universitair docent bij de sectie Eigentijdse Geschiedenis. Wat is er in de tussentijd gebeurd? Mijn oorspronkelijke idee was om op de ambulance in New York City te gaan rijden. Dat leek me wel wat, in zo’n Chevy Express over Times Square crossen met de sirene en zwaailichten aan. Uiteindelijk is daar niets van gekomen; de vader van één van mijn beste vrienden was chirurg en wist mij te overtuigen dat als je één afgehakte hand had gezien, je ze eigenlijk allemaal wel gezien hebt – ook in de Verenigde Staten. Als klein jochie was ik al gefascineerd door de VS (vooral de Amerikaanse Burgeroorlog) en Geschiedenis heb ik altijd een interessant vak gevonden. Toen mijn ambulancebevlieging enigszins bedaard was, besloot ik dan ook Geschiedenis te gaan studeren in Groningen. Het voordeel van de RUG was dat je daar destijds na je propedeuse een bovenbouwopleiding kon gaan doen, waar American Studies er één van was. Ik zou dus een jaartje Geschiedenis gaan studeren en in het tweede jaar aan Amerikanistiek beginnen.

Het liep allemaal wat anders. De Geschiedenis opleiding was erg leuk, maar ik wilde mij ook gaan richten op de VS – dat was immers mijn boyhood fascination. Er zat dus maar één ding op: beide opleidingen gaan doen en kijken of en waar het schip zou stranden. De studies bleken bijzonder goed te combineren en bovendien bood American Studies de mogelijkheid om een semester in de Verenigde Staten te gaan studeren. Dat werd de University of North Carolina in Chapel Hill. Na zeven jaar gestudeerd te hebben, heb ik in 2005 zowel Geschiedenis als American Studies afgerond. Tijdens mijn studie heb ik nog in een paar besturen gezeten (van de Stichting Historici in Toekomstperspectief en EPU, de studievereniging van American Studies), was ik betrokken bij de oprichting en de hoofdredactie van de American Studies Herald en heb ik geholpen bij het op poten zetten van Lijst Calimero, onder meer als auteur van het eerste partijprogramma en als middernachtelijk posterplakker. Calimero is inmiddels establishment, maar is ontstaan uit een “fuck the system”-gedachte, geconcretiseerd op de achterkant van een bierviltje tijdens één van de legendarische Bioborrels in het Unitaspand.

In Chapel Hill had ik een fantastische tijd beleefd en ik wilde dan ook graag nog een keer terug naar de States voor een langere periode, om het land beter te leren kennen en om mij te specialiseren in een onderwerp waar ik altijd een grote interesse voor heb gehad, de geschiedenis en cultuur van het Amerikaanse Zuiden. De University of Mississippi had een tweejarig MA programma in Southern Studies, wat precies de lading dekte. In augustus 2005 ben ik naar Oxford, Mississippi verhuisd, een paar weken voor orkaan Katrina New Orleans en de kust van Mississippi teisterde. In Oxford viel de schade mee, maar de verwoesting van de Ninth Ward in New Orleans toonde nog maar weer eens aan dat de geschiedenis (vooral op het vlak van raciale en economische ongelijkheid) nog steeds springlevend was in het Zuiden van de VS. Graduate school in de Verenigde Staten is trouwens wel andere koek dan een Master in Nederland. In Mississippi moest ik gemiddeld drie boeken per week lezen voor mijn colleges, plus het voorbereiden en schrijven van essays, reviews en presentaties. Daarnaast had ik ook nog een baan in de universiteitsarchieven om mijn studie te bekostigen. In de VS heb ik geleerd dat hard werken en een efficiënte tijdsplanning noodzakelijk zijn voor het behalen van goede resultaten.

Mijn baan in de archieven had een bijkomend voordeel. Ik moest aan de slag met de papers van James Eastland, een machtige Democratische senator uit Mississippi die vooral bekend stond om zijn anticommunisme en verdediging van de raciale segregatie in het Zuiden. Dit archief was nog niet ontsloten en had dus enorme potentie qua onderzoek. Hoewel Eastland al in 1978 met pensioen was gegaan, had nog geen enkele historicus de mogelijkheid gehad zijn papers te onderzoeken. Ik besloot mijn MA scriptie over zijn verkiezingscampagnes van 1966 en 1972 te schrijven en diende na het afronden van de scriptie een onderzoeksvoorstel in over zijn hele carrière bij de RUG, waar in het voorjaar van 2007 een aantal promotieplekken vrijkwam. Ik had het op dat moment wel een beetje gezien in Oxford en bovendien was de financiering van een promotietraject beter geregeld in Nederland. In september 2007 ben ik begonnen met mijn PhD, in oktober 2012 heb ik mijn proefschrift verdedigd. Toen was ik inmiddels al meer dan een jaar docent bij Geschiedenis; mijn PhD contract liep in 2011 af en gelukkig kon ik toen aan de slag bij de sectie Eigentijdse, waar ik de eerste jaren vooral eerste- en tweedejaars onderwijs heb gegeven, zowel bij Geschiedenis als bij IB/IO en Dutch Studies.

Ik heb mijn carrière niet van tevoren uitgestippeld – voor hetzelfde geld had ik nu op de ambulance in NYC gezeten. Wat denk ik wel belangrijk is, is een intrinsieke interesse voor datgene waar je mee bezig bent. Dat lijkt cliché, maar is erg belangrijk, zeker bij een studie als Geschiedenis. Te vaak kom ik studenten tegen die zich zonder enige vorm van enthousiasme voor het vak door de studie slepen. Dan kun je volgens mij beter een opleiding gaan doen met een beter baanperspectief. Als je van plan bent om te gaan promoveren, is het handig je vroeg in de opleiding te specialiseren in een specifiek onderwerp; bij mij was dat de geschiedenis van de zuidelijke staten. Probeer wat naast je studie te doen, zoals een bestuur of redactioneel werk. Daardoor loop je ongetwijfeld studievertraging op (ik ben ook nog steeds mijn studieschuld aan het afbetalen), maar het is wel nuttig voor je persoonlijke en professionele ontwikkeling. Als je van plan bent om bijvoorbeeld na je bachelor in het buitenland te gaan studeren, dan moet je daar op tijd mee beginnen; trek voor graduate school in de VS minimaal een jaar voorbereiding uit (zoeken naar een geschikte universiteit, fondsenwerving, toelatingstoetsen zoals de TOEFL en GRE, et cetera). Met een duidelijk academisch profiel, buitenlandervaring en wellicht een paar publicaties maak je een redelijke kans op een promotieplek. Dan moet je je ook nog maar eens afvragen of je dat wilt, want de banenmarkt voor gepromoveerde historici is bijzonder beroerd op dit moment. Tegelijkertijd moet je je misschien niet teveel laten afschrikken door dit soort doemscenario’s. Met een positieve Amerikaanse can do mentaliteit kun je een eind komen in het leven.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Frits Futselaar

Afgestudeerd in Geschiedenis

Baan: docent HBO

Ik ben geschiedenis gaan studeren om een simpele reden: ik vond geschiedenis leuk. Eind jaren negentig waren de economische omstandigheden nog dusdanig dat je je door dat soort zaken veilig leek te kunnen laten leiden. Tijdens mijn studie geschiedenis kwam ik er al snel achter dat politieke geschiedenis mijn grootste voorkeur had. Sterker nog, politiek in het algemeen vond ik interessant. Ik ben dan ook vrij snel naast mijn studie activiteiten in deze richting gaan ontwikkelen: eerst door actief te zijn binnen de Groninger Studentenbond (GSb), later door actief te worden bij de plaatselijke SP. Hierbij heb ik nuttige vaardigheden opgedaan als organiseren, het schrijven van persberichten en strategisch denken. Ik wil dit vooral aan elke geschiedenisstudent aanraden: beperk je niet alleen tot je studie maar zoek ook daarnaast activiteiten waar je enthousiast over wordt en die mogelijk nuttig zouden kunnen zijn voor een latere carrière.

Toen ik moest beginnen met mijn afstuderen voelde ik mij een beetje verloren: ik had een leuk afstudeeronderwerp maar geen idee wat ik daarna met mijn leven zou aan moeten, en ook geen direct arbeidsperspectief. Min of meer als experiment besloot ik te solliciteren op een plek bij de kieslijst van de SP bij de Europese verkiezingen van 2004. Enigszins tot mijn eigen verbazing kwam ik op plek 5 terecht: niet verkiesbaar, wel hoog genoeg om in een hele verkiezingscampagne (debatten, etc.) mee te draaien. Na afloop daarvan had ik dusdanig veel ervaring opgedaan dat mij gevraagd werd in Brussel als fractiemedewerker te gaan werken. Brussel, en zeker het Europees Parlement, is een prachtige plek om te werken die ik zeker iedereen zou aanraden. Ik was echter op dat moment nog niet afgestudeerd en de combinatie drukke baan en afstuderen raad ik ten zeerste af. Het heeft het afstuderen nogal vertraagd, al is het uiteindelijk wel gelukt.

Ik heb in Brussel zeker wat gehad aan mijn studie. In het Europees Parlement is sprake van een enorme hoeveelheid stukken, en juist historici zijn getraind om een grote hoeveelheid informatie te analyseren en er de grote lijnen en belangrijke punten uit te halen. Bovendien leren historici als het goed is ook deze informatie helder en toegankelijk te kunnen uitdragen in geschreven en gesproken woord. Een nuttige vaardigheid in de politiek.

Na mij vier jaar bezig hebben gehouden met dossiers op met name het gebied van Europees landbouw– en natuurbeleid vond ik het tijd voor iets anders. Ook wilde ik wel terug naar Nederland. Na enig zoeken kon ik terecht bij de Provincie Overijssel als beleidsmedewerker landelijk gebied. Eerlijk gezegd beviel deze functie mij minder: ik vond het werk als provincieambtenaar niet altijd even maatschappelijk relevant en eerlijk gezegd na het hectische en internationale Brussel ook nogal saai. Na drie jaar hield het bij de provincie op en was ik voor het eerst in mijn leven werkloos: geen prettig vooruitzicht voor een historicus. Wel gebruikte ik inmiddels mijn politieke ervaring als gemeenteraadslid in Zwolle en –nadat ik bij de provincie weg was- als statenlid. Dit zijn echter nevenfuncties.

Uiteindelijk heb ik een half jaar moeten zoeken naar nieuw werk. Dat is in deze tijd misschien ook weer niet zo lang, maar ik begon mij aan het einde wel zorgen te maken. Met de combinatie geschiedenis en overheidservaring kom je in tijden van grote overheidsbezuinigingen niet gemakkelijk aan de bak.

Ik kon gelukkig terecht als docent politiek bij de opleiding Media, Informatie en Communicatie van Saxion Hogeschool. Dat ik deze baan kreeg kwam door een combinatie van mijn diverse politieke ervaring en het hebben van een mastertitel, tegenwoordig noodzakelijk bij vrijwel alle onderwijsbanen in het HBO. Ga dus door voor die master! Universitaire bachelordiploma’s worden op de arbeidsmarkt niet zo hoog gewaardeerd, wat de opleiding misschien ook mag zeggen. Inmiddels geef ik daarnaast ook les bij de opleiding bestuurskunde, onder andere politieke geschiedenis. Waarmee ik dus weer terug ben gekomen op mijn eigen vakgebied. Ik zie mijzelf dit werk ook rustig nog jaren doen.

Wat ik zie bij de geschiedenisstudenten van mijn generatie is dat de meesten wel goed terecht zijn gekomen, maar zelden in hun oorspronkelijke vakgebied. Je ziet ze in de media, binnen de ambtenarij, de politiek en bij maatschappelijke organisaties. Dikwijls hebben ze gekozen nog een extra opleiding te volgen, bijvoorbeeld een journalistieke master, zijn ze doorgegroeid vanuit een bijbaantje of hebben ze zoals ik van hun hobby hun beroep gemaakt. Wat ik ook merk is dat het onderhouden van je netwerk zeer belangrijk is. Niet weinig van mijn vrienden hebben elkaar aan werk geholpen, door te wijzen op vacatures, door een goed woordje voor iemand te doen of door opdrachtgevers te tippen. De kroeggenoten van nu zijn over tien jaar beleidsmedewerkers, en over twintig jaar directeuren. Daar kun je nog een hoop aan hebben, dus koester ze.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Dr. E.A.M Bulder

Afgestudeerd in Geschiedenis 

Baan: Ondernemer 

 In 1981 begon ik met mijn studie geschiedenis. Zoals velen omdat ik het een interessant vak vond op de middelbare school en ik een docent had die met passie les gaf. Daarnaast bleek het ook iets te zijn wat langzaamaan een ‘familietrekje’ werd. Mijn oom had ooit zijn MO-acte Geschiedenis gehaald en was docent geworden en ook mijn oudste broer studeerde geschiedenis en gaf inmiddels les aan VWO-leerlingen. Wat ik precies met de studie wilde bereiken was mij allerminst helder. Een ding wist ik echter zeker; ik wilde geen docent worden.

Tijdens mij tweede jaar begon ik mij af te vragen wat ik voortbouwend op mijn studie wilde gaan doen. Journalistiek leek mij een goede mogelijkheid. Ik meldde mij aan bij de op dat moment goed bekend staande Winschoter Courant als regiocorrespondent. Hoewel ik veel leerde werd mij duidelijk dat dagbladjournalistiek niet was wat ik zocht. Ondertussen vorderde mijn studie in een gemiddeld tempo. En gaande dat traject begon ik steeds meer plezier te krijgen in het doen van onderzoek. Inmiddels was mij duidelijk geworden dat economische en sociale geschiedenis mijn sterke voorkeur had. Wat mij vooral hierin aantrok was de interdisciplinaire benadering. Ook kwam ik er achter dat ik van nature over een belangrijke eigenschap beschikte voor het doen van onderzoek; namelijk nieuwsgierigheid. Onderzoeksjournalistiek was nog een optie, maar zo waren er meer. Uiteindelijk koos ik voor promotieonderzoek.

‘Kiezen voor’ klinkt alsof de mogelijkheden daar voor vroeger voor het oprapen lagen. Niets was echter minder waar. Ook toen waren er maar zeer beperkte mogelijkheden binnen letteren. Echter economische en sociale geschiedenis was destijds disciplinair ook onderdeel van de economische faculteit. Daarom reageerde ik op een advertentie in de UK van een net opgezette onderzoeksschool van de economische faculteiten van de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam, genaamd Tinbergen Instituut. Per 1 januari 1988 mocht ik beginnen. Doordat mijn eerste promotor, Jo Ritsen, minister van onderwijs werd, was ik genoodzaakt mijn onderzoek voort te zetten in Cambridge. Maar dat was geen straf

De Cambridge Group for the History of Population and Social Structure was drie jaren lang een fantastische plek om het echte handwerk van onderzoeker te leren. Ik kon daar gebruik maken van de meer dan uitstekende (off-print) bibliotheek van de Group, werd onderdeel van een onderzoeksgroep van naam en faam waardoor ik in contact kwam met onderzoekers die ik eerder enkel uit publicaties kende. Daar heb ik geleerd wat een wetenschappelijke discussie is; zowel op papier als tijdens seminars en refereeravonden. Cambridge bleek een plek waar de wetenschappelijke discussie niet alleen 24 uur per dag doorgaat, maar waar deze door het systeem van de colleges ook een ongekend multidisciplinair karakter heeft. En juist dat was wat mij altijd zo had aangesproken bij de economische en sociale geschiedenis. Ten slotte leerde ik er vloeiend Engels spreken en schreef uiteindelijk ook mijn proefschrift in die taal. Al met al heeft dit mijn overtuiging gesterkt dat een internationale ervaring onderdeel moet zijn van elke academische loopbaan.

Al met al was mij glashelder geworden dat onderzoek doen mijn passie was. Zoals gezegd kan dat op verschillende plekken: als onderzoeker bij een wetenschappelijk instituut, als onderzoeksjournalist, bij de overheid of als zelfstandig ondernemer. Uiteindelijk viel mijn keuze op deze laatste optie. Inmiddels wist ik hoe onderzoek gedaan moest worden, maar ondernemer was ik (nog) niet. Inmiddels ben ik 22 jaren verder. Naast zelfstandig ondernemer met een aantal personeelsleden, doceer ik inmiddels ook een aantal jaren aan de RUG. Hoewel ik ooit zeker wist dat ik geen docent wilde worden, heb ik hier erg veel plezier in. Juist de combinatie van mijn ervaringen binnen en buiten de academische wereld kan ik hierbij, naar mijn mening, goed inzetten.

Er is een periode geweest dat ik alleen historici als medewerkers had. Het voordeel van de studie geschiedenis is dat je er leert zoeken, datgene wat je zoekt te vinden en opinies en visies breed te onderbouwen. Daarnaast leer je schrijven, niet alleen qua stijl en spelling, maar zeker ook hoe je een rapport (want die schrijf je vaak in de praktijk) opbouwt. Momenteel heb ik een meer divers personeelsbestand omdat dit beter bij de aard van mijn bedrijf op dit moment past. Desalniettemin blijven in mijn optiek de eerder genoemde vaardigheden de belangrijkste ‘assets’ van studenten geschiedenis.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Onze sponsoren