Masters

Nieuwe mastertrack: Ethics of education: philosophy, history and law

In september 2016 start de opleiding Pedagogiek van de Rijksuniversiteit Groningen een mastertrack gericht op ethische vraagstukken in opvoeding en onderwijs. De nieuwe mastertrack Ethics of Education: Philosophy, History and Law onderzoekt deze vraagstukken vanuit een filosofisch, historisch en een juridisch perspectief. De mastertrack is internationaal en interdisciplinair en bij uitstek geschikt voor studenten met een afgeronde bacheloropleiding pedagogiek, filosofie, geschiedenis, rechten, sociologie of theologie. De vraag wat goed is voor kinderen leidt gemakkelijk tot dilemma’s en conflicten.  Zo is het bijvoorbeeld niet altijd duidelijk hoe de wensen en verantwoordelijkheden van ouders zich verhouden tot de inzichten en verantwoordelijken van professionals (bijv. wie beslist over medische behandelingen, wie bepaalt welke gedragsregels gelden in het onderwijs, wie signaleert en onderneemt actie bij dreigende radicalisering van moslimjongeren, of welke plaats dient gebarentaal te krijgen in het dovenonderwijs?). Een andere bron van dilemma’s en conflicten vormt de spanning die kan ontstaan tussen enerzijds het belang van het kind en anderzijds maatschappelijke belangen zoals godsdienstvrijheid en culturele rechten van minderheden (bijv. bij de selectie van pleegouders, bij het al dan niet verbieden van besnijdenis, bij het al dan niet toestaan van 'eigen' scholen, bij het behandelen van het thema homoseksualiteit, en bij de handhaving van de leerplicht). In beleidsvorming en praktijk doen zulke ethische vragen zich steeds vaker voor en ze lijken steeds ingewikkelder te worden. Dit heeft mede te maken met een grotere mate van diversiteit van de bevolking (immigratie), een veranderende status van kinderen en jeugdigen (emancipatie), een groei van wetenschappelijke kennis en een toename van pedagogische en onderwijskundige zorg. 

​In de internationale master Ethics of Education ontwikkelen studenten de kennis en de vaardigheden die nodig zijn om dringende ethische vragen te onderzoeken en te beantwoorden, waarbij aan de complexiteit van de vragen recht gedaan wordt en tegelijkertijd wordt gezocht naar praktische oplossingen die in beleid en praktijk bruikbaar zijn. Zo bereidt de Master Ethics of Education  voor op functies bij instellingen, instanties en media die zich met onderwijs, opleiding, kinderopvang, jeugdzorg en dergelijke bezighouden. Te denken valt aan taken als advies, ondersteuning, beleidsontwikkeling, bijscholing, communicatie en onderzoek. 

Extra informatie en contact: Dr. Piet van der Ploeg (P.A.van.der.Ploeg@rug.nl)

Research Master Classical Medieval and Rennaisance Studies (CMRS)

Hoewel de naam het doet vermoeden, zijn de middeleeuwen niet bijzonder vertegenwoordigd in de Research Master Classical, Medieval and Renaissance Studies – net zomin als de klassieke oudheid of de renaissance dat is. Dat CMRS drie tijdperioden beslaat, heeft tot gevolg dat geen enkele eigenlijk verplicht is: afhankelijk van je eigen interesse kies je je vakken. Deze hoeven niet alleen bij je eigen studie vandaan te komen: in overleg is het mogelijk ook (delen van) vakken bij een andere faculteit of universiteit te volgen. Dat wil niet zeggen dat er geen vakken zijn die iedereen volgt: bijvoorbeeld in het eerste semester van het eerste jaar moet iedereen het vak ‘Approaches’ volgen. Maar binnen dergelijke vakken kan je zonder enig probleem je eigen expertisegebied ontwikkelen. Vakken zijn niet langer gericht op één zeer specifiek onderwerp, waardoor je de vrijheid krijgt om binnen ruime grenzen je eigen onderzoek af te bakenen. CMRS is dan ook de aangewezen Master voor hen die willen specialiseren in de middeleeuwen, maar het is zeker niet de enige mogelijke richting. Bovendien, als de middeleeuwen je bijzonder aanspreken, dan nog is er zeer veel ruimte voor verdere specialisatie. Vertrekken vanuit een algemene interesse naar de periode tussen grofweg 500 en 1500 is mogelijk, maar het is aan te raden vrij snel op zoek te gaan naar een specifieker onderwerp. Gesprekken met docenten kunnen hierbij zeker helpen, en als je duidelijk gemotiveerd bent zullen zij doorgaans ook graag meedenken. Meer nog dan in de Bachelor wordt bij de Master wel flink wat zelfredzaamheid verwacht. Dit hangt natuurlijk samen met de keuzevrijheid die je krijgt: je kan doen wat je leuk vindt, maar je moet ook zelf uitzoeken wat je leuk vindt. Bovendien is de Research Master hard werken, bijvoorbeeld door wekelijkse opdrachten en literatuur voor verschillende vakken gecombineerd met meerdere essays op de langere termijn. Maar het is zeker niet buitensporig veel: de Bachelor geeft genoeg ervaring om ook de Master aan te kunnen.

Pieter Boonstra

Research Master Modern History and International Relations

In 2012 ben ik begonnen aan de Research Master Modern History and International Relations (MHIR). Waarom? Omdat ik ruimte en tijd wilde. Ruimte om mijn eigen interesses te ontwikkelen en de tijd om een stage te lopen, of mee te draaien in andere onderzoeken. De ReMa MHIR kan je deze twee zaken bieden, omdat je de invulling van de Master grotendeels zelf in de hand hebt. Je kan colleges door het land of in het buitenland volgen en je richten op de onderwerpen die jij interessant vind. Tegelijkertijd, word je echter op geen enkele manier bij de hand genomen. De docenten staan klaar om gerichte vragen te beantwoorden, maar niet om je onderwerpen aan te reiken, of het werk voor je doen. Met deze vrijheid komt dan ook een grote mate van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid.

Het eerste jaar van MHIR bestaat uit verplichte vakken en uit onderzoekscolleges. De verplichte vakken richten zich vooral op het verbeteren van kennis en gebruik van methodes.  Dit betekent dat ze niet altijd even bruisend zijn. Daardoor wordt onder de meeste studenten de ervaring gedeeld, dat het eerste half jaar het minst leuk is. De onderzoekscolleges volg je samen met studenten van andere Masters, waaronder History Today. Er zit echter wel een groot verschil tussen de Masters. Waar History Today veel meer praktijkgericht is, geeft MHIR je vaardigheden en inzichten in de academische wereld. Dus mocht je het leuk vinden om te onderzoeken; graag zelf de tijd en ruimte willen om keuzes te maken voor de onderwerpen die je bestudeert, waar je die bestudeert, en hoe je die bestudeert; en een bovengemiddelde interesse hebben in een baan in de academische wereld, dan zou ik je uitnodigen om toch eens te kijken of de Research Master Modern History and International Relations misschien wat voor jou is.


Patty Huijbers

Geschiedenis Vandaag, richting: Midden- en Oost-Europese Studies (Master MOES)

Al sinds het begin van mijn studie Geschiedenis in Groningen hield ik me veel bezig met Midden- en Oost-Europa, met name de Balkan. Toen ik aan mijn derde jaar begon kreeg ik te horen dat er een MOES-master ontwikkeld zou worden die in 2012 van start zou gaan. Natuurlijk was ik gelijk enthousiast. Midden- en Oost-Europa is naar mijn inziens een van de meest interessante gebieden om te bestuderen. Een (sterke) communistische erfenis, een grote diversiteit aan cultuur, religie en taal en interessante leefwijzen zorgen ervoor dat je nooit uitgekeken raakt op deze regio. Dit vertaalt zich naar mijn mening ook naar de colleges, waarin je geheel wordt vrijgelaten om een onderzoek te kiezen wat jou interesseert, mits het geheel natuurlijk een beetje past in de thema's van de verschillende collegereeksen, die op zichzelf alle verschillende aspecten van de samenleving belichten. Aansluitend bij de MOES onderzoekscolleges kun je uit tal van methodencolleges kiezen, die perfect aansluiten bij de insteek van de Master MOES: je wordt getraind in verschillende vaardigheden die gericht zijn op de arbeidsmarkt en het vinden van een baan die bij jou past.

Ten tijde van mijn MOES-traject kreeg ik de mogelijkheid om een stage te gaan doen in het buitenland. Tsja, niemand reageerde dan ook verbaast toen ik zei dat ik naar de Servische hoofdstad Belgrado vertrok om daar acht maanden te gaan werken bij een NGO. Een geweldige ervaring die mijn leven heeft veranderd. Als je denkt dat het tof is om de verschillende landen in Midden- en Oost-Europa te bestuderen en je te verdiepen in de tradities en geschiedenis, ga er dan gedurende een periode wonen. Ik kan garanderen dat je nieuwe, betere inzichten krijgt in het gebied waarvan je dacht dat je het meeste wist. Binnen de Master word je ontzettend gestimuleerd om je eigen sterke en zwakke punten te vinden en te verbeteren. Gedurende het jaar heb ik velerlei colleges kunnen volgen met betrekking tot interview- en presentatietechnieken en kon ik deze ook daadwerkelijk toepassen. Je werkt samen met superenthousiaste docenten, die bereid zijn samen met je te kijken naar mogelijkheden om je CV sterker te maken. Gedurende het jaar heb ik gewerkt aan een publicatie in het boek van de Master MOES, 'Severnoe Okno'. Als je niet zo'n schrijver bent kun je je binnen de Master ook richten op andere zaken als het opzetten van een tentoonstelling of het maken van een documentaire. Er is voor ieder wat wils. De vele interessante gastcolleges, excursies, lezingen en sociale activiteiten zorgen ervoor dat ik met veel plezier terugkijk op het afgelopen jaar. Op het moment van schrijven bevind ik me in het westen van Bosnië-Herzegovina, alwaar ik veldwerk doe voor mijn eindscriptie, iets dat ik nooit had gedaan zonder de positieve gesprekken met medestudenten en docenten van de Master MOES.

Als jij geïnteresseerd bent in Midden- en Oost-Europa en een jaar wilt dat een goede basis legt voor je verdere carrière, schrijf je dan in voor de Master MOES. Als ik je nog niet over heb gehaald met mijn verhaal, neem dan gerust contact met me op en ik zal er voor zorgen dat je nog verder wordt geïndoctrineerd met MOES propaganda.

Wout Dingenouts

Geschiedenis Vandaag, richting: Geschiedenis voor Bestuur, Beleid en Politiek

Binnen de Master Geschiedenis Vandaag staat de verbinding tussen verleden en heden centraal. Dit is de reden waarom ik de Master Geschiedenis Vandaag heb gekozen. Het is er namelijk op gericht om maatschappelijke kwesties inzichtelijk te maken.

Het traject Geschiedenis voor Beleid, Bestuur en Politiek is de basis voor een loopbaan of vervolgopleiding bij maatschappelijke en culturele organisaties en bedrijven of bij de overheid. Evenals bij de andere trajecten (Geschiedenis voor de Media, Cultuur- Erfgoedsector, vrij traject) wordt het masterprogramma gevormd door twee onderzoekscolleges, minimaal één methodenvak en de MA-scriptie als eindopdracht. Bij deze specialisatie kun je kiezen voor een stage bij een (overheids)instelling of bedrijf of een zogeheten leergeschiedenis.

Zelf heb ik gekozen voor het college Leergeschiedenis. Een leergeschiedenis is een document dat een organisatie in staat stelt om van het eigen verleden te leren. Dit document begint met een leervraag van een organisatie (de organisatie was in mijn geval KPN Contact). De leervraag wordt op basis van geschreven en ongeschreven bronnen verder uitgewerkt en uiteindelijk beantwoord op basis van interviews. Het resultaat is een geschiedverhaal waarin feiten, citaten en achtergrondinformatie een doorlopend geheel vormen. Het doel is om het verhaal van de organisatie van verschillende kanten te belichten zodat het ‘totale plaatje’ van een proces zichtbaar wordt. Op basis van dit verhaal kan de organisatie het eigen functioneren aanscherpen.

Ik was zo enthousiast geworden van de gedachte en de systeemtheoretische concepten achter de methode van de leergeschiedenis dat ik samen met een medestudent gebruik wilde maken van deze methode voor de MA-scriptie. We wilden de verbinding leggen tussen heden en verleden - we wilden de verbinding maken tussen de vaardigheden die we hadden geleerd tijdens de studie en de praktijk. Dit ontsproot uiteindelijk in een systeemanalyse van de relatie tussen overheid en zorginstelling met betrekking tot kwaliteit van zorg (1987-2012).


Amerens Roelevink

Geschiedenis Vandaag, richting:  Cultuur en Media

De culturele richting van de master geschiedenis vandaag is naar mijn ervaring een veelzijdig traject. Je leert er dan ook verschillende vaardigheden die je kunt gebruiken in bijvoorbeeld een stage.

De master is een één jarige master waarbij je in het eerste semester een aantal vakken volgt. Ten eerste kun je kiezen tussen een aantal onderzoekscolleges die verschillende onderwerpen en tijdsperiodes kennen. Verschillend per onderzoekscollege zul je ook met bijvoorbeeld researchmaster studenten college volgen. Dat maakt dat de onderzoekscolleges als zwaar ervaren kunnen worden, het niveau ligt hoog maar je leert je academische vaardigheden erg goed ontwikkelen en aanscherpen.

Ten tweede zijn er ook methodecolleges waaruit je kunt kiezen. Dit zijn de meer ‘praktische vakken’ waarin de vaardigheden voor een stage of beroep leert. Zo kun je bijvoorbeeld kiezen tussen documentaire & musea, levensverhalen of archiveren. Deze colleges behandelen een theoretisch of analytische kader maar je gaat vooral zelf op pad. Zo leer je een kleine radiodocumentaire maken of hoe je een goed interview moet houden en analyseren. Het zijn erg tijdrovende opdrachten, maar het is erg leerzaam om tijdens je studie ook eens praktische opdrachten te doen.

In het laatste semester kun je een stage gaan lopen en je masterscriptie schrijven. Stage kun je op allerlei plekken lopen, als jij actief op zoek gaat waar je interesse ligt, is er van alles mogelijk. Vraag je docenten ook nog even na, zij kunnen ook vaak wel op de hoogte zijn van stageplekken bij allerlei instanties. Zelf kon ik via mijn docent van het methodevak musea stage lopen bij het Groninger museum waar ik onderzoek deed voor de tentoonstelling ‘400 jaar stad en student’ die vanaf maart 2014 te bezichtigen valt.

Je scriptie kun je ook op verschillende manieren invullen en met elk onderwerp waar jouw interesse ligt. Het meest voorkomend is volgens mij nog steeds een papieren vorm van een scriptie, maar in verband met je stage je ook op andere manieren een afstudeerproject realiseren zoals een tentoonstelling. Dat maakt de master zo veelzijdig, jouw idee en inzet maakt je eigen individuele mastertraject.

                                                                      

Miranda Spijkerman


Master Journalistiek

De master Journalistiek is een leuke, uitdagende master, waarvoor je eerst de minor moet volgen. Deze minor geeft een goede indruk van de opleiding zelf. Je krijgt namelijk te maken met zowel de theorie als de praktijk tijdens colleges van docenten die ook de master verzorgen.

Naast het volgen van de minor moet je de selectieprocedure doorlopen. Hiervoor moet je een cijferlijst, motivatiebrief, CV, een klein essay en een andere opdracht inleveren om te laten zien dat je uit goed hout gesneden bent. Er zijn namelijk maar een beperkt aantal plaatsen voor de master, die anderhalf jaar duurt.

Als je eenmaal bent aangenomen begint het echte werk. De opleiding vergt veel tijd. Onderzoekers als Ansgard Heinrich, Chris Peters en Marcel Broersma geven hoor- en werkcolleges over journalistiek zelf, terwijl journalisten als Rob Siebelink, Jeroen Smit en Greta Riemersma je de fijne kneepjes van het vak leren. Het praktijkgedeelte richt zich zowel op geschreven journalistiek, als radio en televisie. Na een jaar lang colleges is het tijd voor de scriptie en een stage.

Er zijn enkele belangrijke verschillen tussen de minor en de master. Op het theoretisch gebied wordt verwacht dat je zelf kritisch nadenkt over de stof, zowel over de artikelen als wat de docenten zelf vertellen. Tijdens de tentamens moet je laten zien dat je niet alleen de theorie kent, maar ook kunt toepassen. Bij het praktijkgedeelte moet je als journalist aan de slag. Wees dus niet bang om op mensen af te stappen of mensen te bellen. Een journalist heeft altijd bronnen nodig. Dit betekent ook dat je in het radiogedeelte of televisiegedeelte met de microfoon of camera de straat op moet.

Laat dit je echter niet afschrikken. De opleiding is zeker de moeite waard, iets wat iedere (oud)student journalistiek zal beamen.

 Corné Bekkers

Master Euroculture

In september 2013 ben ik begonnen aan de Erasmus Mundus Master Euroculture en ik heb het hier erg naar mijn zin. Dit is een interdisciplinaire master van twee jaar, waarvan je een in elk geval een half jaar in het buitenland studeert en een halfjaar stage loopt.

Ik heb voor deze master gekozen omdat ik de tegenwoordige problematiek rond de EU me intrigeert en omdat de Master aangeschreven stond als een Master of excellence.

Tot het Euroculture programma word je niet zomaar toegelaten. Hier ging een hele selectie procedure aan vooraf. Een motivatiebrief, twee referentiebrieven, een Engels toets en tal van andere benodigdheden. Je kunt je voorstellen dat mijn verwachtingen hoog waren.

Voor een groot deel kwamen die ook uit. Euroculture brengt mensen vanuit verschillende landen en culturen samen. Ik kreeg daarom de kans om samen te werken met mensen vanuit verschillende landen. Studenten uit, Duitsland, Frankrijk, Italië Japan, China, Bulgarije, Wit Rusland, en ja, zelfs Nederland. Dit was ontzettend interessant. Ik merkte dat het direct een erg hechte groep was en dat mijn Engels snel verbeterde. Een erg leerzame omgeving.

Iedereen is erg gedreven en er wordt veel van je verwacht. Niet zo zeer van je academische vaardigheden. Veel buitenlandse studenten hebben niet het niveau van de Nederlandse studenten op dit gebied. De uitdaging is voornamelijk te vinden in de zogenaamde professionele vaardigheden. Euroculture is meer dan de geschiedenis-master, denk ik, een voorbereiding op een baan. De focus ligt op het aanleren van ‘professional skills’, bijvoorbeeld op het gebied van presentaties, debatteren en solliciteren. Een ander interessant aspect is dat politiek en instituties worden gezien als sociale constructen en ook op deze manier worden bestudeerd. Hier ligt een mooie link tussen geschiedenis en Euroculture.

Coen Veerman

Onze sponsoren