Media en Journalistieke Cultuur

Media en Journalistieke Cultuur

Je begint de minor met het vak Inleiding in Medialandschap 1a + 1b. Je volgt dit vak gedurende het hele tweede semester van het eerste jaar en je kunt er tien punten mee halen. Het vak bestaat uit twee uur hoorcollege en twee uur werkcollege in de week. Voor dit vak maak je  opdrachten, twee tentamens en schrijf je een argumentatief essay. Dat klinkt veel, maar dit vak is goed te doen!

Inleiding in Medialandschap 1a geeft een overzicht van de rol, de organisatie en het functioneren van verschillende mediatypes (bijvoorbeeld kranten, televisie, fotografie en internet) en de journalistiek in onze samenleving. Wat zijn de belangrijkste mediaplatforms, hoe hebben deze zich ontwikkeld, wat voor soorten nieuws worden daarop gebracht en hoe beïnvloeden verschillende journalistieke modellen – commercieel of publiek – de manier waarop mediaplatforms het nieuws ‘produceren’? Inleiding in Medialandschap 2a geeft een overzicht van de rol en betekenis van verschillende vormen van journalistiek. Daarbij komen onderwerpen aan bod zoals oorlog, politiek en sport. Daarnaast gaat het om eigentijdse processen die op hun beurt van invloed zijn op de journalistieke professie, zoals globalisering en commercialisering. Je leert hoe je de verschillende manieren waarop journalisten verschillende mediaplatforms gebruiken kunt bestuderen, waarbij de nadruk ligt op maatschappelijke, culturele, technologische en economische ontwikkelingen die hun sporen achterlaten in de journalistiek. Een goed vak om kennis te maken met de verschillende thema’s binnen de journalistiek!


In het eerste blok van het eerste semester of het eerste blok van het tweede semester van je tweede jaar volg je MJC III Publieksgericht schrijven. Dit vak bestaat uit een inleidend hoorcollege en vier werkcolleges. Je kunt er vijf punten mee halen. Tijdens dit vak leer je hoe je een journalistieke reportage moet maken. Er wordt uitgebreid ingegaan op de vraag waaraan zo’n journalistiek verhaal moet voldoen: welke informatie is relevant, hoe maak je een goede kop/onderkop, wat is een intro en welke functie heeft het, welke bronnen gebruik je, hoe vind je die en hoe verwerk je de vergaarde informatie tot een leesbaar artikel? Aan het begin van de collegereeks maak je een schrijfplan. Daarin staat waar je verhaal over gaat, waarom je het wil schrijven, welke bronnen je gaat gebruiken, etc. Als het schrijfplan is goedgekeurd ga je aan de slag. Je verhaal moet ongeveer 1000 woorden bevatten en er moeten minimaal twee zelf afgenomen interviews in verwerkt zijn. Je wordt beoordeeld op het schrijfplan, je eigen verhaal en een peer review. Dit vak is erg leuk omdat je met de praktijk bezig gaat en er zelf opuit mag!

In het vierde blok van het tweede jaar volg je MJC IV. Dit vak heet Geschiedenis van de Journalistiek en je kunt er vijf punten mee halen. Het bestaat uit één hoorcollege van twee uur per week en wordt alleen in het Nederlands aangeboden. Aan het einde van het blok maak je een schriftelijk tentamen met essayvragen. Tijdens de colleges worden de ontwikkelingen in de journalistiek vanaf de oudheid tot nu behandeld en je moet ondersteunende artikelen lezen. Deze staan in de reader die je moet aanschaffen, en er hoort ook een boek bij. Er wordt speciale aandacht besteed aan technische ontwikkelingen die van belang zijn geweest voor de journalistiek, zoals de uitvinding van de drukpers of de televisie. De nadruk ligt op de periode vanaf het jaar 1600. Voor geschiedenisstudenten is dit vak goed te doen omdat je al over veel basiskennis beschikt.


In het tweede semester van het derde jaar volg je MJC VIII. Dit is een onderzoekscollege waar je tien punten mee kunt halen. Het bestaat uit één werkcollege van twee uur per week en wordt in het Nederlands en in het Engels aangeboden. Het Nederlandse deel gaat dit jaar over mediaherinneringen, en het Engelse deel over digitale media. Je hoeft geen reader of boek aan te schaffen, maar je moet wel zelf artikelen kopiëren uit de map die in de UB staat. Het doel van het vak is om met behulp van interviews een essay van 6000 à 7000 woorden te schrijven en dit te presenteren. In de eerste zeven weken houd je je vooral bezig met het voorbereiden en afnemen van vijf interviews die ongeveer een uur duren en uitgeschreven dienen te worden. Deze interviews moeten gaan over mediaherinneringen of digitale media. Iedereen uit je werkgroep doet dit en aan het eind worden ze allemaal bij elkaar gezet en heb je dus een database van ongeveer honderd interviews. In het tweede deel van het semester destilleert iedereen een onderzoeksvraag uit de database en gaat op basis van de bronnen en een aantal artikelen het essay schrijven. De laatste weken staan in het teken van presentaties van de essays. Het eindcijfer wordt gebaseerd op je presentatie en je essay. Dit vak is vrij intensief en het onderzoek loopt ook anders dan geschiedenisstudenten gewend zijn. Dit maakt het echter wel heel interessant!

Onze sponsoren