Ereleden

Ereleden

Alle leden van Ubbo zijn gelijk, maar sommige leden zijn meer gelijk dan anderen. Gedurende Ubbo’s geschiedenis is een select groepje betrokkenen verheven tot de positie van erelid. Om erelid te worden moet iemand eerst op een ALV aangedragen worden door het bestuur op basis van hun bijzondere bijdrage aan de vereniging. Ereleden hebben dezelfde bevoegdheden als leden, maar betalen geen contributie. Daarnaast wordt hun benoeming vaak feestelijk gevierd. Hieronder kan je deze interessante mannen en vrouwen beter leren kennen.


Prof.dr. Izaak Hendrik Gosses (1873-1940)

Hoewel hij eigenlijk geen erelid was, vervulde professor Gosses in de beginjaren wel een andere belangrijke taak: hij was beschermheer van het dispuut. In 1915 was hij de opvolger van Johan Huizinga als hoogleraar in de Algemene en vaderlandse geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. De geboren Fries was één van de laatste studenten die nog les had gehad van Robert Fruin, de founding father van de wetenschappelijke geschiedbeoefening in Nederland. Zijn eigen onderzoeksgebied bestond voornamelijk uit rechtsgeschiedenis en de geschiedenis van Friesland. Gosses was in tegenstelling tot zijn voorganger geen begenadigd spreker en kwam in het openbaar gereserveerd en stroef over. Volgens intimi was hij echter een eerlijke en zachtmoedige man die zijn gezinsleven boven alles stelde. De onverwachte dood van zijn vrouw in 1937 trof hem dan ook zwaar en na een lang ziekbed zag hij zich gedwongen om in 1939 vervroegd met emeritaat te gaan.



Gosses
Prof.dr. Izaak Hendrik Gosses

Prof. jhr. dr. Pieter Jan van Winter (1895-1990)

Het eerste echte erelid van GHD Ubbo Emmius was jonkheer Pieter Jan van Winter. Als opvolger van Gosses werd hij in 1939 in Groningen aangesteld, vlak nadat hij bij de tumultueuze verkiezing voor het hoogleraarschap aan de Universiteit van Amsterdam gepasseerd was ten faveure van de marxistische historicus Jan Romein. Groningen was voor Van Winter echter geen onbekende stad aangezien hij er tussen 1919 en 1923, tijdens zijn promotieonderzoek naar de rol van Amsterdamse kooplieden tijdens de Amerikaanse Revolutie, gewoond had. Eén van zijn dochters uit zijn tweede huwelijk, Johanna Maria van Winter (1927), besloot in haar vaders voetstappen te treden en ook geschiedenis te gaan studeren. Haar kamer in huize Van Winter speelde een belangrijke rol als ontmoetingsplek voor de kameravonden van het dispuut Ubbo Emmius. Professor Van Winter was zelf ook regelmatig bij deze avonden aanwezig en nam de studenten tevens een keer mee op sleeptouw naar Amsterdam. Zijn grote betrokkenheid en inzet voor de studenten, ondanks zijn beruchte literatuurtentamens die een volledige dag konden omspannen, leverde hem in 1946 uiteindelijk het eerste erelidmaatschap op van Ubbo Emmius.


Winter
Prof. jhr. dr. Pieter Jan van Winter

Prof. dr. Adriaan Gerard Jongkees (1909-1999)

Professor Jongkees vormde de drijvende kracht achter de buitenlandse excursies van de vereniging. Wegens zijn sterke interesse voor middeleeuwse geschiedenis besloot hij aan de Universiteit van Utrecht te gaan studeren, waar professor O. Oppermann deze discipline op de kaart zette. Behalve een uitgebreide kennis over middeleeuws Bourgondië nam hij in 1946 ook de gezellige aspecten, de Duitse Oppermann was berucht om zijn bier- en wijnfeesten voor studenten, mee naar Groningen. Zijn aanstelling als lector middeleeuwse geschiedenis werd vervolgens in 1955 omgezet in een hoogleraarschap. Een jaar later ontving hij voor zijn tomeloze inzet als organisator van de buitenlandse reizen het erelidmaatschap.



4.0_Met_zijkant.png
Geen foto beschikbaar

Prof. dr. René Louis (1906-1991)

De Franse hoogleraar middeleeuwse literatuur René Louis was goed bevriend met professor Jongkees en hielp hem met de organisatie van twee Ubbo-excursies naar Auxerre in 1959 en 1961. Als dank hiervoor kreeg hij, als enige buitenlander, het erelidmaatschap toebedeeld. René Louis was een autoriteit op het gebied van de Chansons de Geste, oftewel de Franse middeleeuwse ridderverhalen. Maar ook zijn ‘spectaculair mooie dochter’ maakte veel indruk op menig Ubboiaan.




4.0_Met_zijkant.png
Geen foto beschikbaar

Prof. dr. Cornelia Elizabeth Visser (1908-1987)

Bij de viering van het 27-jarig bestaan van het dispuut viel de eer te beurt aan professor C.E. Visser om het erelidmaatschap aangeboden te krijgen. Elizabeth Visser was in 1947 benoemd tot hoogleraar in de Oude Geschiedenis; een unicum waarmee ze de eerste vrouwelijke geschiedenishoogleraar in Nederland werd. De Amsterdamse had zich voornamelijk gespecialiseerd in de Griekse oudheid en de studie van papyrusrollen. Na haar benoeming als hoogleraar had ze echter weinig tijd om zich nog met het wetenschappelijk onderzoek bezig te houden. Wel stond ze bekend als een ‘netwerktijger avant-la-lettre’ en als de Mater et Regina van het Instituut van Geschiedenis. Daarnaast ging vooral de positie van academische vrouwen in de samenleving haar aan het hart, al ver voor de herleving van het feminisme in de jaren zeventig. Professor Visser waardeerde het erelidmaatschap dat ze kreeg van GHD Ubbo Emmius dan ook zeer sterk, als blijk van waardering voor haar onderwijscapaciteiten in plaats van de eenzijdige blik op wetenschappelijke productie.


Visser
Prof. dr. Cornelia Elizabeth Visser

Prof. dr. Edzo Hendrik Waterbolk (1915-2000)

Geboren in het Friese Akkerwoude doorliep Edzo Waterbolk de studie geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen tussen 1935 en 1941. Tijdens de oorlog zag hij zich genoodzaakt om onder te duiken bij zijn oud-studievriend en mede-Vindicater B.H. Slicher van Bath, de later befaamde economisch historicus. Gedurende zijn onderduikperiode legde Waterbolk de basis voor zijn proefschrift over de Friese historiografie in de zestiende en zeventiende eeuw. Na enkele omzwervingen als docent geschiedenis in Drenthe keerde hij in 1959 terug naar Groningen om daar, samen met M.G. Buist en J. Heringa, gestalte te geven aan de oprichting van een universitaire opleiding geschiedenis voor studenten van het middelbaar onderwijs (MO’ers). Tot die tijd was de universiteit namelijk alleen toegankelijk voor mensen die het gymnasium hadden gevolgd en kennis hadden van het Latijn.

Na het emeritaat van professor Van Winter in 1965 nam Waterbolk, samen met E.H. Kossmann, het hoogleraarschap over. Hij specialiseerde zich sterk op de intellectuele geschiedenis van de humanisten uit de noordelijke gewesten tijdens de renaissance en de vroegmoderne tijd. Ook ontpopte Waterbolk zich als de kenner van Ubbo Emmius, de eerste rector magnificus van de Universiteit Groningen. Dankzij zijn steun lukte het de studievereniging dan ook om ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van het dispuut een tentoonstelling over leven van Ubbo Emmius in te richtten binnen het Universiteitsmuseum. Als dank hiervoor werd aan professor Waterbolk het erelidmaatschap verleend.


Waterbolk
Prof. dr. Edzo Hendrik Waterbolk

Abele Aiko Akkerman

Naast dat Abele de vaste conciërge was van het Instituut aan de Rozenstraat, is er weinig bekend over dit erelid. Waarschijnlijk is hij benoemd in de tumultueuze jaren ’60 of jaren ’70. Uit deze tijd zijn er geen documenten bewaard gebleven in het Ubbo-archief.






4.0_Met_zijkant.png
Geen foto beschikbaar

Tiny Bootsma

Tiny Bootsma werd erelid van GHD Ubbo Emmius op de HALV van 1982. Ze was al jaren de koffiejuffrouw van het Instituut aan de Rozenstraat, waar Ubbo regelmatig de kantine van Tiny mocht lenen voor het organiseren van borrels. Tiny was hier zelf ook altijd van de partij en verwachtte daar ook iets voor terug. In het jaarverslag van 1986 wordt gesproken van de zogenaamde “Tiny-affaire”: zij wilde graag twee flessen Jonge Jenever (of “Zwarte Kip met slagroom”) in plaats van één. Een alumnus zei later bewonderend dat ze “recht voor z’n raap” was. Desondanks was ze een geliefd persoon in de vereniging en Ubbo speelde dan ook een belangrijke rol in haar afscheidsfeest in 1987. Ze kreeg een mooi collectie foto’s, een gratis rondje en er waren “sketsjes enzo.”


4.0_Met_zijkant.png
Geen foto beschikbaar

Drs. Sible Harmsma

Sible Harmsma was secretaris van Ubbo in ’84-’85, voorzitter in het daaropvolgende jaar en werd uiteindelijk benoemd tot erelid tijdens het lustrum van 2007. Dat is niet zonder reden. In 1984 besloot het bestuur om Ubbo voor “voor ten minste één jaar” te sluiten. Het bestuur voegde hier het volgende aan toe: “een eventueel nieuw bestuur willen we niet bij voorbaat ontmoedigen maar de toestand is niet rooskleuring. Een ieder die het proberen wil wensen wij veel geluk.” Die personen waren het zelfbenoemde ‘reddingsbestuur’ van ’84-’85. Sibles bestuur stelde een boekenfonds in dat de vereniging weer financieel op de rit kreeg. Om continuïteit te garanderen, werd het jaar daarna Sible zelf voorzitter en breidde hij het boekenfonds uit. Daarnaast was er een lustrum (Sible was zelf voorzitter van de lustrumcommissie) en werd een reis naar Budapest georganiseerd. Bij zijn aftreden zei Sible “nu meer ‘leven’ in Ubbo” te zien en zag hij haar toekomst veel optimistischer dan twee jaar daarvoor.


Harmsma
Sible Harmsma

Charlene Croes

In 2008 viel de eer te beurt aan (wederom) een facilitaire medewerkster. Charlene zet zich al jaren in voor GHD Ubbo Emmius vanuit het Secretariaat Geschiedenis, onder andere door middel van promotiewerk.





Croes
Charlene Croes

Prof. dr. D.F.J. Bosscher

In 2013 is prof. dr. D.F.J. Bosscher benoemd tot erelid. Hij was actief lid tussen 1966 en 1974, waarbij hij betrokken was bij meerdere lustra van de vereniging.  Doeko Bosscher was altijd een zeer populaire docent aan de universiteit en deed veel aan het versterken van de band met eerstejaars, onder andere door het organiseren van het jaarlijkse Eerstejaarstoneelstuk. Verder heeft hij ook GHD Ubbo Emmius altijd ondersteund, bijvoorbeeld door te spreken op lezingen en filmavonden en ideeën aan te dragen voor activiteiten. Deze dingen maken Doeko Bosscher zo belangrijk voor de vereniging: hij droeg als geen ander uit dat activiteiten buiten de collegebanken voor de historische vorming en persoonlijke ontwikkeling van studenten minstens zo belangrijk zijn als de colleges zelf.      



Bosscher
Prof. dr. D.F.J. Bosscher

Drs. Bob van der Borg           

In juni 2018 is Bob tot erelid benoemd. Bob is al vele jaren werkzaam als studieadviseur bij de opleiding Geschiedenis. In die hoedanigheid is hij voor veel zaken eerste aanspreekpunt voor het bestuur van de vereniging. Bob doet natuurlijk veel dingen voor de opleiding vanuit zijn functie en zo ook voor Ubbo. Maar hij gaat altijd verder en probeert Ubbo in een zo goed mogelijk daglicht te plaatsen, omdat hij ervan overtuigd is dat wij als vereniging een zeer grote factor zijn in het succes dat studenten hebben tijdens hun opleiding en daarna in hun carrière. Bovendien vindt hij het altijd reuze gezellig bij ons.



​​​​​Hij helpt ook graag met praktische zaken en doet tijdens activiteiten van Ubbo mee. Zo is hij een graag bezochte kok tijdens het Running Dinner en bracht hij één van zijn kleurrijke overhemden in voor de Lustrumveiling tijdens het zestiende lustrum in 2016. Veel van wat Bob doet voor de vereniging blijft buiten het zicht van de vereniging en is vaak alleen bekend bij het bestuur. Zo probeert hij ervoor te zorgen dat de mentoren een nauwe band houden met Ubbo door er zich hard voor te maken bij de Faculteit dat Ubbo voor de selectie van hen mag zorgen.

V.d. Borg
Drs. Bob van der Borg

Onze sponsoren